Dinsdag 10 juli,
Vannacht kregen
we de schrik van ons leven. Lien werd wakker, omdat zij iets aan onze tassen
hoorde ritselen. Ze dacht dat dit een inbreker was. Na kwartier heeft ze ons
allemaal wakker gemaakt. Toen we de zaklampen aan deden, bleek er een kat onder
mijn bed zat. Op dat moment begon hij heel zielig te miauwen. Wies heeft hem
weer door het raam naar buiten gejaagd en toen konden we weer lekker verder
slapen. ’s Ochtends na het ontbijt zijn we naar de basisschool gelopen. Dit was
ongeveer drie kwartier lopen. Ik heb respect gekregen voor de (kleine) kinderen
die dit elke dag moeten lopen. Normaal fiets ik deze afstand naar school en
daar doe ik dan een kwartier/twintig minuten over. Daar klaag ik nog regelmatig
over. In het schooltje werden we welkom geheten door de directeur. Hij bleek
wel compleet gestoord te zijn. Eerst werden alle Hollanders en Belgen compleet
de hemel in geprezen, omdat zij zoveel hadden gedoneerd aan het schooltje.
Later begon hij ook over dat het zo goed was dat wij kwamen en dus spullen
konden doneren. De hele lijst en die eindigde dat hij wel vond dat wij wel
computers konden kopen en hij wilde zelf wel een laptop. Hij hoefde geen
nieuwe, maar wilde wel de oude computers van ons hebben, want onze ouders waren
wel zo rijk dat ze nieuwe voor ons konden kopen. Ik gaf hierop de reactie dat
ik zelf mijn eigen laptop moest kopen en dat mijn moeder niet genoeg geld had
om er één te kopen. Hij vroeg waarom en ik zei dat mijn ouders gescheiden
waren. Toen kreeg het gesprek een hilarische wending, want hij begon te
vertellen dat mensen in Kenia niet scheiden omdat ze voor de kerk getrouwd
waren. Wij zeiden dat we in Nederland en in België wel scheiden en dat het wel
lastig was om nog voor een tweede keer voor de kerk te trouwen. Dat daar nog
uitzonderingen op zijn, durfden we niet te zeggen. We konden eigenlijk alleen
nog maar ja knikken en denken dat hij toch echt een keer op moest houden met
praten. Hierna werd het alleen nog maar beter (of erger), want toen ging hij
nog verder door op het gesprek dat scheiden eigenlijk een zonde is en dat de
economie van Afrika in opkomst was, omdat zij in God geloofden. Ja, want het
ging slecht met de Europese en Amerikaanse economie, omdat we niet meer in God
geloofden door te gaan scheiden (het was wat lastig om hier mijn lach in te
houden). En Holland betekende Holy-Land, maar ja dat ging nu ook niet echt meer
op door al die echtscheidingen. Gelukkig ging hierna zijn telefoon.
Een lerares
Engels gaf ons een rondleiding door de school. De directeur maakte ons vooral
duidelijk dat wij de gesponsorde dingen van de Nederlanders en Belgen gingen
bekijken en misschien ook nog even een klaslokaal. Gelukkig gingen we langs al
de lokalen en mochten we ook nog even snel de Nederlanse keuken bekijken. De
school was vrij groot en netjes met zo’n 800 kinderen. Op het moment dat wij er
waren was het lunchpauze, dus ze waren buiten aan het spelen. In klassen kon ik
eindelijk mijn geleerde woordjes Swahili toepassen en heb ik tot twintig leren tellen.
Toen we weer
terugkwamen in Upendo was het tijd voor de lunch. De huismoeders waren
chapati’s aan het bakken en we hebben meegeholpen met het uitrollen ervan. Dat
zorgde voor veel gelach, want ze werden niet zo heel mooi rond als dat de
huismoeders ze maakten. Gelukkig werden we er steeds beter in. Na de lunch
hebben we rond de kookpot samen met de huismoeders de aardappels geschild. Onze
schoenen waren zo modderig geworden dat het tijd werd om ze te poetsen. Pauline
(één van de huismoeders) bood aan om ze schoon te maken, want wij hadden
geholpen met koken. Ze zijn hier heel aardig en behulpzaam en vinden het leuk
om met ons mee op stap te gaan. Zo ging Esther, een andere huismoeder, mee met
ons naar het schooltje. Nadat onze schoenen schoon waren, hebben we in de
keuken wat zitten lezen. Hier staat een potje met kolen waarop ze koken en dat
is lekker warm. We hebben besloten om in de middag inkopen te gaan doen in
Nyeri Town voor de guacamole. Vanavond wilden we dat maken voor de huismoeders
en alle vrijwilligers en ze op bier trakteren.
Naar Nyeri Town
gingen we matatu. Dit is een busje waar officieel maar 14 mensen in mogen, maar
er worden er uiteraard meer ingepropt. Pauline ging met ons mee. Eerst gingen
we naar de supermarkt om peper en andere spulletjes te kopen. Ook nog maar een
warme trui, want het is hier steenkoud. Ik zit nu met een hempje, t-shirt,
trui, vestje en nog een trui. Dit is nog meer dan ik in de winter draag.
Pauline zit nu naast mij en lacht me uit. In de winkel was het wel lastig om iets
te vinden waarvan de mouwen lang genoeg van waren. Alle Afrikanen moesten daar
wel om lachen. Na de supermarkt gingen we naar de markt om de tomaten en uien te kopen. Daarna hebben we ons weer in
de matatu gepropt. In Upendo waren ze nu eindelijk ons licht in de badkamer
gemaakt en hopelijk ook het warme water. De wc spoelt nog steeds niet door.
Als avondeten
hadden we weer chapati’s met iets van groene bonen. Was heel lekker en daarna
zijn we de guacamole gaan maken. Samen met de huismoeders en de andere
vrijwilligers hebben we de tortillachips met de guacamole gegeten. Nu konden we
eindelijk eens om hun lachen toen ze de guacemole proefden. Advocado, ui en
tomaat lusten ze wel, maar niet door elkaar. Toen we naar bed wilden gaan, was
er een blackout. In Kenia is dat ook echt een blackout, want je ziet geen hand
voor ogen meer. Gelukkig waren de zaklampen snel gevonden en kwam de stroom ook
snel weer terug.
Lala Salama
(sweet dreams)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten